Versnelde digitalisering dankzij het jarige coronavirus

Versnelde digitalisering dankzij het jarige coronavirus

De eerste besmetting met het corona-virus was op 1 december 2019. Het virus heeft dus inmiddels haar eerste verjaardag gevierd. Een goede aanleiding om stil te staan bij wat het virus ons in economische zin heeft gebracht. Zonder meer de meest in het oog springende verandering is de versnelde digitalisering.

Alles digitaal

In een mum van tijd gingen al onze levensgebieden digitaal: communiceren, werken, winkelen, leren, vermaken en zorgen. De lockdown met de social distancing maatregelen zorgden voor de vraag, de brede beschikbaarheid van hoogwaardige ICT, zoals laptops, smartphones, tablets, internetverbindingen en samenwerkingssoftware, maakte het mogelijk de behoefte in daden om te zetten.

Organisaties stapten massaal over op thuiswerken, onderwijs werd als bij toverslag digitaal, en corona-patiënten communiceerden vanuit het ziekenhuis via tablets met het thuisfront. Volgens het CBS steeg de detailhandelsomzet via internet in het tweede kwartaal met liefst 54,8 procent ten opzichte van vorig jaar. Het virus veroorzaakte de digitalisering uiteraard niet, organisaties gebruiken al decennia ICT en digitale schoolborden zijn in het basisonderwijs al geruime tijd in opmars. De versnelling waar het virus voor zorgde was niettemin ongekend.

Nadelen

Onvermijdelijk ging de digitale groeispurt gepaard met problemen. Managers-oude-stijl, in leeftijd soms nog jong, zaten vast aan de overtuiging dat ‘aanwezigheid = werken, en afwezigheid = niet-werken’. Velen hadden geen goede thuiswerkplek en misten het spreekwoordelijke praatje bij het koffieautomaat. Leerlingen hadden geen (goede) laptops of raakten uit het zicht van hun school, en frauderen bleek bij online tentamens wel heel gemakkelijk en verleidelijk. En ook de nieuwe samenwerkingssoftware kwam met privacy- en veiligheidslekken (Zoom).

Er zullen ongetwijfeld nog meer nadelen naar voren komen. Veel IT-systemen die thuiswerken of thuiswinkelen mogelijk maken zijn houtje-touwtje in elkaar gezet. Snelheid ging voor kwaliteit. Voor koppeling met interne systemen en beveiliging was begrijpelijkerwijs minder aandacht. Thuiswerken aan de keukentafel is noch ergonomisch noch prettig. Videovergaderen met op de achtergrond een onopgemaakt bed of een uitpuilende kledingkast is weinig professioneel.

Andere activiteiten blijken nauwelijks digitaliseerbaar. Kijken naar een strandvideo haalt het niet bij zelf op het strand liggen en digitaal vergaderen leent zich slecht voor informele informatieuitwisseling. Kleding kopen kan makkelijk online, maar willen we toch eerst even voelen en zien. Niet verwonderlijk dat het gemiddelde retourpercentage bij vrouwenkleding boven de veertig procent ligt. MBOs en HBOs merken dat stage lopen in het thuiswerktijdperk lastig is, met muis en toetsenbord word je geen goede kapper of schilder.

Soepel verlopen

Dit alles kreeg en krijgt terecht veel aandacht, maar laten we niet vergeten hoe verrassend soepel de digitale groeispurt werd gemaakt. De ontwikkeling gaat verder. Eerst was het digitaliseren om te overleven, hierna komt digitaliseren om te verbeteren. Organisaties dienen beleid te ontwikkelen voor de juiste combinatie van op kantoor en thuiswerken, bijvoorbeeld maximaal twee dagen thuis en elke dinsdag en donderdag altijd op het werk. Een winkelier kan op Internet aan heel Nederland verkopen, maar merkt dat zijn collega uit Zeeland nu opeens concurrent is geworden, en dat maakt je onderscheiden belangrijker dan ooit. In de zorg kan digitalisering de druk op ziekenhuisbedden verminderen en zorgen voor kwaliteitsverbetering. Zo startte het Wilhelmina Ziekenhuis Assen onlangs met een app voor chemo-patiënten, nu blijkt dat zij tijdens het slecht-nieuwsgesprek op het ziekenhuis nauwelijks informatie opnemen.

Veel zaken verliepen digitaal verrassend goed of zelfs beter. Volledig terugkeren naar de oude situatie is daarom onwenselijk en onwaarschijnlijk. De aangeleerde digitale vaardigheden zullen we blijven gebruiken, wat ongetwijfeld verderstrekkende gevolgen zal hebben. Meer mensen ontwijken de spits door deels thuis te werken. Nu online vergaderen best blijkt te kunnen, zijn minder zakenreizen nodig. In de detailhandel daalt de huurprijs van winkelpanden en neemt de leegstand toe. Makelaars zien de vraag naar huizen met een tuin toenemen, appartementen zonder balkon worden minder aantrekkelijk en een nieuwe trek naar het platteland lijkt aanstaande.

Kortom: het jarige corona-virus heeft een bijzonder grote impact gehad op ons leven en werken. Het virus gaf een flinke hens aan het digitale rad en de gevolgen daarvan kunnen we nu nog nauwelijks overzien.

Dit artikel is geschreven door Eelko Huizingh, Associate Professor innovatiemanagement en directeur van het Innovatie Expertisecentrum Vinci van de Rijksuniversiteit Groningen

(Deze bijdrage is eerder gepubliceerd in Dagblad van het Noorden, 24 november 2020, p. 16.)

About Expertisecentrum Vinci

Vinci is het expertisecentrum van de Rijksuniversiteit Groningen op het gebied van innovatie. Zij stelt wetenschappelijke kennis ter beschikking voor de praktijk en ontwikkelt nieuwe kennis door het uitvoeren van onderzoek. Vinci zoekt hierbij samenwerking met diverse partijen in Nederland die betrokken zijn bij innovatie. Maak gebruik van de expertise van Vinci. Neem contact met ons op.

View all posts by Expertisecentrum Vinci →